“Er is al zo veel geschreven over het
rendement van bedrijfsopleidingen
en het is de vraag of ik daar in deze column nog iets aan toe kan
voegen?
Omdat ik in een grijs verleden ook nog een studie Opleidingskunde heb
afgerond en de ontwikkelingen probeer te volgen, bespeur ik de neiging
om nu een ‘semiwetenschappelijk’ theoretisch verantwoord stukje
te schrijven. Dit zou dan gaan over theorieën en ontwikkelingen over
het rendement van bedrijfsopleidingen. Maar gezien het feit dat ik daar
niet goed in ben, vind ik het eigenlijk ook helemaal niet leuk om te
doen. Daarom maar gewoon weer terug naar de dagelijkse praktijk.
In de praktijk verbaas ik me erover dat een heel groot deel van alle opleidingen, trainingen en cursussen die worden gevraagd, aangeboden en uitgevoerd, niet of nauwelijks rekening houden met criteria die invloed hebben op het daadwerkelijke rendement. Ik ben geneigd om te veronderstellen dat een verdere professionalisering van het vakgebied zou leiden tot meer aandacht voor het eindresultaat en het rendement, niet alleen in de theorie maar ook in de praktijk. Is er soms sprake van collectieve verdwazing wanneer de marktwerking en het grote geld een belangrijke rol gaan spelen? En is de waardering en de invloed van opleidingskundigen binnen organisaties daar mogelijk ook aan gekoppeld? Misschien dat ik daar eens een aparte column over moet schijven, maar nu weer terug naar waar ik was…
Veel vragen van organisaties op het gebied van opleiding en ontwikkeling
zijn helemaal niet gericht op het realiseren van een bepaald resultaat.
Het is daarbij gewoon de vraag of een specifiek opgesteld programma
uitgevoerd kan worden en wat dat dan kost. Veel aanbestedingen hebben
dat karakter, lees ze maar eens goed door. Hierbij is de richtlijn:
wie het programma met dezelfde titel en onderwerpen in minder dagdelen
kan uitvoeren tegen de laagste kosten, die krijgt de opdracht.
Het is ook nog niet zolang geleden dat er organisaties waren die oprecht
niet geïnteresseerd waren in het resultaat. Veel te ingewikkeld en
toch niet te meten, werd er dan vaak geroepen. Doe maar gewoon een
voorstel
voor een programma en dan kiezen wij, samen met de deelnemers, wel voor
het meest aansprekende aanbod. Als de deelnemers een leuke tijd met
elkaar hebben en elkaar eens van een andere kant leren kennen, dan is
de opleiding voor ons geslaagd. Gelukkig kom ik dat soort vragen nu
steeds minder tegen en heeft de crisis volgens mij toch zo z’n
voordelen,
denk ik dan maar. Steeds meer organisaties zijn tegenwoordig juist
teleurgesteld
over het resultaat van opleiding en training. Achteraf realiseren zij
zich pas hoeveel het eigenlijk kost. Het gaat daarbij niet alleen om
de out-of pocket kosten, maar voornamelijk om de toegenomen
taakbelasting
en verloren arbeidstijd van de deelnemers. Daarnaast onderschat men
de coördinatie, begeleiding en de aansturing van het gehele traject.
Vaak wordt er dan ook nog geconstateerd dat er tijdens en net na de
opleiding sprake is van een kleine verandering op organisatieniveau,
maar dat na verloop van tijd het toch weer business as usual is en dan
is men teleurgesteld in het traject.
De aanbieders van opleidingen en training doen natuurlijk mee aan het
hele circus. Zonder vraag geen aanbod en geen aanbod zonder vraag. Hun
onderscheidende vermogen zit hem vaak in het feit dat zij een unieke
methodiek of werkwijze hebben ontwikkeld. Leuk bedacht, goed uitgewerkt
in complexe schema’s, spetterende presentaties en het verkoopt ook
goed, maar of het nu echt zo’n belangrijke bijdrage levert aan het
resultaat? Vaker nog zijn instituten uniek in hun trainers en docenten,
die zijn echt onnavolgbaar in hun aanpak en presentatie en maken een
verpletterende indruk op de deelnemers. Er zijn trainers en docenten
die dat ook echt waarmaken, ook dat verkoopt goed en maakt indruk, maar
of dat nu zo’n grote bijdrage zal leveren aan het resultaat?
Op die manier besteden we met elkaar veel teveel aandacht aan de uitvoering van de opleiding of training terwijl we weten dat het resultaat sterk wordt bepaald door de invulling van het hele voortraject en met name het natraject. In de dagelijkse praktijk wordt daar wel veel over gesproken, maar wordt er toch weinig concreet in geïnvesteerd door zowel aanbieders als afnemers. Waarom gaan we dan zo slordig om met alle kennis die toch ruimschoots voorhanden is? Natuurlijk is het niet eenvoudig om opleiding en training met goede en duurzame resultaten te realiseren. Het vereist een grote investering van alle professionals die erbij betrokken zijn.
De noodzakelijke
investering in opleiding
en training is relatief hoog en het resultaat valt achteraf vaak tegen.
Toch is naar mijn idee voldoende kennis beschikbaar om het resultaat
te verbeteren en zijn er op die manier resultaten te realiseren die
de verwachtingen van iedereen zelfs kunnen overtreffen. Dan is het wel
noodzakelijk dat zowel aanbieders als afnemers zich realiseren dat je
niet voor een dubbeltje op de eerste rang kunt zitten, dan kan de
voorstelling
wel eens heel erg tegenvallen. Dat is niet in het belang van de
individuele
klant en ook niet in het belang van het imago en uitstraling van de
branche en alle professionals die daarin werkzaam zijn.
Mijn persoonlijke mening is dat we vaak niet moeten kiezen voor opleiding en training als interventie, maar dat we kunnen kiezen voor alternatieve, goedkopere interventies als, begeleiding, instructies, beloning, samenwerking, werkomgeving, tools enz. En dat wanneer opleiding wel de juiste invententie is, accepteren dat we moeten investeren in een zorgvuldig ontworpen traject met veel aandacht voor aspecten in het voor- en natraject. Alleen dan kunnen we verwachtingen overtreffen en krijgt het vak weer de plaats en de waardering die het toekomt. Ik wens alle professionals veel succes bij het waarmaken van deze uitdaging”.