Column Coen Toebosch: Tulpen, kaas en scepsis?

Column Coen Toebosch: Tulpen, kaas en scepsis?
07 juni 2010
Coen Toebosch

Misschien weet Maxima dan niet te benoemen wat typisch Nederlands is, ik denk dat ik iets heb gevonden dat niet on-Nederlands is. Dat is aandacht en waardering voor echte ondernemers. Wij houden niet van ondernemers! Soms zeggen we van wel, maar in onze harten doen we het niet. Wij zijn het land van ‘doe maar normaal dan doe je gek genoeg’ en je moet nooit je kop boven het maaiveld uitsteken want dan wordt ie eraf gehakt. Wij vinden dat je eerst moet denken, dan overleggen, dan weer denken en dan misschien doen. Wij houden van regels, afspraken, overleg en draagvlak en we houden niet van risico’s. Wij hebben heel veel slimme mensen, adviseurs, controleurs en managers die je heel goed kunnen uitleggen wat er allemaal niet kan en niet mag. Wij hebben heel weinig ondernemers die je kunnen uitleggen wat wel kan. 

19 mei: bijeenkomst Dirk Scheringa

Dirk Scheringa is een echte ondernemer. Op de vraag wat zijn ambitie was voor de val van DSB en daarna was zijn antwoord helder. Het was zijn ambitie om van DSB de beste bank van Nederland te maken en dit is zijn ambitie nog steeds. Wanneer het rapport Scheltema concludeert dat Scheringa een slechte bankier is die er niks van kan dan wordt het moeilijker om die ambitie te realiseren, maar zeker niet onmogelijk. Nu worden ze in de Verenigde Staten pas echt enthousiast. Hulde voor de ondernemer Scheringa. Hij is een keer failliet gegaan, dat is een belangrijk kenmerk voor een echte ondernemer en daarnaast is hij ondanks alle tegenslagen niet van plan zijn ambities bij te stellen. Doorzettingsvermogen, passie en daadkracht daar vallen ze op.

Maar wij leven in Nederland dus, helaas voor Dirk. Er zijn onverantwoorde risico’s genomen en iemand moet de schuld krijgen, het liefst de schuld van de hele financiële crisis dan is dat ook meteen geregeld. Bovendien sleurt de man hele families de afgrond in en gaat dan vrolijk hun geld uitgeven aan zijn eigen hobby’s zoals voetbal, kunst en ontwikkelingshulp. En dan blijft er natuurlijk nog voldoende over voor exhibitionistische zelfverrijking en grootgraaierij. Denkt Scheringa soms dat hij God zelf is of zo? Hij is in ieder geval waanzinnig geworden omdat hij denkt dat hij nadat hij door de gehele maatschappij op de vingers is getikt, hij gewoon weer zijn oude zonden op kan pakken alsof er niets is gebeurd......

Jan Peter lovend over Dirk 

Toch zijn we ook een slim volk en realiseren we ons best dat we meer echte ondernemers nodig hebben om onze economie te laten groeien en om uit de recessie te geraken. Dus wordt er wel veel gesproken over het verminderen van regeldruk, het stimuleren van ondernemerschap, het helpen van startende ondernemers en het ontwikkelen van ondermerschap binnen het onderwijs. Dus geeft Jan-Peter Balkenende Dirk een prijs als voorbeeld van het soort ondernemerschap dat Nederland zo hard nodig heeft. Alsof Dirk de VOC zelf heeft opgezet. Bovendien is het ook zo dat we meer ondernemerschap moeten stimuleren bij medewerkers van organisaties. Dat is goed voor de resultaten en de continuïteit van die organisaties en daarmee voor de gehele economie.

De truc is dat medewerkers in staat worden gesteld om kansen te signaleren en te benutten. Zij krijgen het vertrouwen van hun leidinggevende, worden uitgedaagd om kansen te benutten en kunnen daar hun eigen invulling aan geven. Bovendien mogen daarbij ook risico’s worden genomen en fouten worden gemaakt. Het idee is dat benadering beter werkt dan het geven van instructies en voorschriften en het strikt controleren of deze ook worden nageleefd. Het blijkt uit verschillende studies dat meer ondernemende bedrijven beter presteren, juist ook in crisistijden. Dat klinkt toch allemaal prachtig waarom zullen we dat ondernemerschap dan niet wat meer stimuleren?  

Koppen moeten rollen, bij voorkeur bekende koppen

De andere kant van deze medaille is natuurlijk het probleem. Risico’s nemen is iets wat ondernemers van nature doen en betekent eigenlijk dat je continue de grens opzoekt. En feitelijk weet je pas waar de grens ligt als je er een paar keer overheen bent gegaan. Op het moment dat aan het licht komt dat er grenzen zijn overschreden dan komt ons goed fatsoen in opstand. Dan zijn er geen ‘gewone’ risico’s genomen, maar onverantwoorde risico’s, dan had je maar beter moeten nadenken voordat je het deed, dan helpt sorry zeggen niet meer en hoef je het ook niet meer zelf op te lossen. Dan is de vergevingsgezindheid ver te zoeken en moet er boete worden gedaan.

Er moeten dan zondebokken worden gevonden en er zullen koppen moeten rollen. Het liefst een bekend gezicht die geroemd werd als topman, en het gezicht van bedrijf X was en nu als boeman en misdadiger afgeschilderd kan worden. Dan wordt het hele mediacircus opgestart en is er geen houden meer aan. Er komen enquêtes, parlementaire onderzoeken, er worden artikelen en boeken geschreven, het internet, de radio, TV, kranten en tijdschriften alles en iedereen wordt erbij gehaald en de hype is compleet. Waarom doen we dat dan? Natuurlijk zijn door internet de communicatiemogelijkheden sneller, interactiever en toegankelijker voor iedereen.  

Fouten maken mag

Ik ben echter ook van mening dat we zo heftig reageren omdat er een gevoel ontstaat dat we worden aangetast in onze diepste overtuiging en dat we dat nooit kunnen en zullen accepteren. In de kern houden we nu eenmaal niet van risico’s nemen, daadkrachtige persoonlijkheden, jezelf onderscheiden van anderen, en dingen doen die anderen niet oppakken.

In de kern houden we niet van ondernemers en dus ook niet van ondernemende mensen. Wanneer we nu toch van mening zijn dat we meer ondernemers en ondernemerschap nodig hebben dan moet iedereen bij zichzelf te rade gaan of hij/zij de consequenties die daarbij horen ook wil accepteren. Dat betekent dat we in de basis veel meer vertrouwen moeten hebben in ondernemers. En zullen we met z’n allen veel milder en minder overspannen moeten reageren wanneer er fouten worden gemaakt. Alleen dan kan het ondernemerschap in Nederland daadwerkelijk op de lange termijn worden gestimuleerd.